Projectinfo

Terug naar overzicht

Verruiming Julianakanaal

De verruiming van het Julianakanaal voor de scheepvaart omvat zowel een verdieping als een verbreding van de huidige kanaalbodem. De kanaalbodem is hydraulisch afgesloten van de omgeving door een 60 cm dikke kleilaag. De kleilaag dient op vele plaatsen verwijderd te worden om het toekomstige vaarwegprofiel te bereiken.

De opdrachtgever van de verruiming, Rijkswaterstaat, vroeg om die reden een grondwatermodel op te stellen om de impact van het tijdelijke kanaallek op de omgeving in te schatten. Het traject waarover de verruiming van het Julianakanaal zal uitgevoerd worden werd ingedeeld in acht deelgebieden, op basis van de hydrogeologie, de uitvoeringsvariant en specifieke lokale risicogebieden zoals het brongebied van de Kingbeek. Voor elk deelgebied werd een gedetailleerd 3 D grondwatermodel opgesteld om de impact van het lekverlies lokaal te evalueren. De belangrijkste modeleenheden waren 1) de overgang van de Maasvallei naar de hoger gelegen Maasterrassen, 2) De verticale opbouw van de Maasterrassen met van onder naar boven: een tertiaire kleilaag, het Breda-zand en het Maasgrind, 3) De Maas als een constante-stijghoogte randvoorwaarde in de Maasvallei en 4) de grondwatervoeding vanuit het plateau in het oosten en van de geïnfiltreerde neerslag.

Op basis van de simulaties werden de risico’s geïdentificeerd en maatregelen ter beperking van deze risico’s voorgesteld. Daarbij werd een tijdelijke bemaling voorgesteld om de grote lekdebieten op te vangen en terug te pompen in het kanaal. Aan het brongebied van de Kingbeek werd een speciaal bemalingsschema opgesteld, waarbij vermeden werd dat het kanaalwater mengt met het bronwater.